Tanzania 2013

By Luc • • 9 okt 2013

Om drie uur in de morgen stappen An en ik op de tarmac van Kilamanjaro Airport. Er vliegen geruisloos 2 uilen over ons. Karibuni Tanzania.

Lieven wacht ons op. Hij zal onze gids zijn de volgende 3 weken. De eerste dagen verblijven we in de buurt van Arusha waar Lieven een B&B heeft http://www.guava-safari.be/lieven-de-koker.htm.  De eerste ochtend al neemt Richi, de nachtwaker van de B&B, ons te voet mee naar zijn huis. De wandeling en de contacten met de locals geven ons direct een mooi beeld van hoe het er hier in Tanzania aan toe gaat.

Later op de dag neemt Lieven ons mee naar de flanken van de berg Meru,  maken we koffie bij zijn schoonfamilie, en doen we een mooie wandeling rond het meer van Duluti. Dat doen we “onverwacht”  samen met een heel leuk gezin uit Antwerpen onder begeleiding van onze Tanzaniaanse gids Julius.

Op het programma van de volgende dag staat onze eerste safari in Arusha National Parc. Het is winter en droogseizoen – maar dat laatste merken we niet. Steevast wat regen elke morgen, wat ‘niet normaal is voor deze tijd van het jaar’. Geen erg. Het park is een aanrader. We wandelen met een ranger tussen de buffels – wrattenzwijnen – dikdiks (kleinste antilope) – vogels – enz..

Maar het eerste wilde dier dat we tegenkomen in het park blijft ons het sterk bij: een hyena gewond aan de hals en de kop: werk van stropers. Het is duidelijk dat het dier het einde van de dag niet zal halen. Goed dat er internationaal aandacht wordt gegeven aan dit stropersprobleem. Aangezien er geen andere gasten in de jeep zitten, nemen we alle tijd om onze ogen de kost te geven en naar hartelust te fotograferen. Julius heeft niet alleen goeie ogen; hij heeft duidelijk ook de gave, ervaring en inzicht om te spotten. Wanneer ik hem in de loop van de dag even één van de fotocamera ’s geef zie je hem genieten en de wederzijdse waardering wordt er alleen maar groter op. Het einde van de dag sluiten we samen af met het fotograferen van olifanten even buiten het park.

De dag nadien halen we onze medereizigers aan de luchthaven op, Geert en Katrien uit Brugge. Met hen zullen we de rest van de reis rondtrekken. De kennismaking met hen is hartelijk en dat zal zo blijven voor de rest van de reis.

Het programma van de reis kan je trouwens terug vinden via de website van de organisatie Origo: http://www.origo.ws/reizen/tanzania .

In Monduli school maken we niet alleen kennis met manager Esther en hoofdleerkracht Grace, maar ook met de Vlaamse vrijwillige leerkracht Chloë en haar vriend Mathias. We zijn blij dat we in de school een deel van onze bagage achter kunnen laten, didactisch materiaal dat de vijfjarige school erg goed kan gebruiken.

Dank zij het netwerk van Lieven en Esther maken we kennis met het “leven zoals het is” bij de Masai. Geen dansen – geen klederdrachten – geen folklore voor ons. Nee, gewoon bij hen thuis in hun Boma (= familiedorp)!

Sterke vrouwen vertellen hoe zij hun dag doorbrengen : het zijn bewonderenswaardige verhalen. Ikzelf bekijk het als volgt: de natuur is hun inkomen – de kinderen hun toekomst – de man hun …. (m.a.w. ik weet het nog steeds niet).  We krijgen uitleg door de plaatselijke medicijnman. Terloops informeer ik hoe je fysieke prestatie kan opdrijven. Hij heeft zowaar “epo” voor zijn  mensen.

Nadien trekken we door de parken: Manyara National Park en de prachtige Ngorongoro krater. Elk dier dat ik zie is nieuw, voor mij en mijn lens. M.a.w. het is genieten van de eerste tot de laatste seconde. Mijn medereizigers zijn ontzettend geduldig : ze worden het gewoon dat mijn ‘Stop !!!’ en ‘wat is er te zien ?’ het antwoord 9 op de 10 keer is ‘een vogel….’  Als natuurfotograaf rondtrekken met een groep heeft zijn beperkingen maar ook zijn voordelen. Tijdens deze tocht worden mijn medereizigers geoefende vogelspotter, en vestigen mijn aandacht op vogels aan de andere kant van de wagen. Hoe meer ogen – hoe meer kansen.

De volgende ochtend is het vroeg dag. We gaan bij dag en dauw op jacht met de Hazabe-krijgers met pijl en boog. Ze jagen vooral op klein wild en vogels. De Hazabe zijn een zuiver nomaden volk, maar met uitsterven bedreigd. Er zijn nog een kleine 1000 stamleden van leven. Onderwijs – gezondheidszorg – huisvesting –enz.. is niet aan hen besteed. Ze willen het op hun manier blijven doen. Niet teveel compromissen, wel heel authentiek.

Na de jacht en een prachtige autotocht komen we terug op adem, in de B&B van Lieven. Het is een blij weerzien met Rachel, de Tanzaniaanse vrouw van Lieven,  en zijn kinderen. Rachel is een bescheiden maar ontzettend vriendelijke gastvrouw.

We nemen afscheid van haar en Mathias en Chloë. Het jonge koppel reist alleen verder. Wij trekken richting kust.

Via Moshi aan de voet van de Kilimanjaro, de grootste Afrikaanse berg waar we niets, maar dan ook niets van zien, rijden we met ons 7 richting Pangani. “We” dat zijn deze keer ook Lieven zijn twee zoons Didi en Nelson. We verblijven in Pangani in  een mooie ‘expeditie robinson’ lodge aan het strand. Daar vertelt een stokoude gids ons nog de verhalen van de slavendrijvers en de eerste koloniale bezetters. Verhalen zonder beschuldigingen – het is wat het was.

Pangani zal ik blijven herinneren, vooral door de gelijknamige rivier en het enthousiasme van de kleine groep Belgen, Tanzanianen en Indiërs bij het spotten van de vele bonte ijsvogels. Duidelijk: dit is hier de “place to be” voor deze vogel. Op de oeverrand zien we ook reigers, mangrove krabben, een Afrikaanse visarend en golden weavers. Koppel deze boottocht met een bezoek aan een afgelegen vissersdorp, een mooie zonsondergang en onze dag kan niet meer stuk. Zo zie je maar: het hoeven niet steeds nationale parken te zijn als je naar Afrika komt.

In Bagamoyo, een wat onderkomen kuststadje, staat een fietstocht naar de zoutvelden op het programma. Ik vraag aan één van de werkers, een vrouw van 65 jaar of ik haar werk mag overnemen. Nadat ik mijn schoenen uitgedaan heb, stap ik in het roze water, vul ik net als zij 2 manden met zout van de bodem, waarna ik de +/- 45 kg zout naar haar berg breng aan de rand van het water. Hard werken in de brandende zon voor 300 shilling of 15 eurocent ! De waardering voor haar job op deze eenvoudige manier deed de vrouw duidelijk deugd. En dan het hoofdstuk van de reis waarvoor ik de “knop” in mijn hoofd vooraf moest omdraaien, de oversteek met een Dhow van Bagamoye naar Stone Town op Zanzibar, over een afstand van 45 km. Een Dhow is een eenvoudig houten vrachtschip van +/- 15m met een tanga zeil. Ik geniet van de eerste tot de laatste minuut. Van de mooie rijzende zon, van het onverwachte avontuur als de kapitein onderweg 20 schipbreukelingen aan boord neemt. De leuze van de man is “vandaag help ik jou, morgen jij mij misschien”.

Stone Town ademt zijn koloniaal verleden uit en de prachtige voordeuren doen me denken aan de Toscaanse steden. Een Spice toer (kruidnagel, kurkuma, nootmuskaat aan de bomen,..) mag niet ontbreken en ik kan het me niet laten om onze groep van +/- 25 toeristen iets wijs te maken. Ik toon ze een “Lucas” bloem. Ik weet tot op de dag van vandaag nog niet hoe ze noemt, maar mooi is ze wel.

Nu ik hier ben wil ik doodgraag in het Jozani park de Red Colobus apen spotten en de mangrove bezoeken. Gedurende een klein 2 uur observeer ik de Striated Heron of Green-backed Heron, de kleinste reiger van midden Afrika. Adembenemend! De anderen gaan ondertussen tussen de dolfijnen in de lagune zwemmen.  

Na het fietsen op het gele kleistrand, kuisen we onze schup af. We zijn blij dat we Tanzania zo van binnenuit mochten beleven, en dat we dit samen met Geert en Katrien konden doen. We vonden het super met welke inzet en enthousiasme Lieven onze reis organiseerde. Zijn kennis van het Swahili opent  deuren en zijn netwerk is onbetaalbaar. Als halve Afrikaan, speciaal!

Iedereen die met ons mee was en die we onderweg zijn tegengekomen :       van harte bedankt !